Kantoorkoning

 In verhalen

‘Een staf!’

Dat was het antwoord op mijn vraag, die ik nieuwsgierig stelde aan het spelende jongetje. Hij was op de gang aan het bouwen met de plastic blokken en de zwarte spijkers die daarbij horen.

Het jochie had inderdaad van de smalle plastic onderdelen een soort van stok gemaakt. 

Gezien de tijd van het jaar maakt zo’n staf uiteraard onderdeel uit van de outfit van…

Ja, van wie eigenlijk…? 

Even later zat de gelovige kleuter op een toren van groene, blauwe, gele en rode blokken. Ik vroeg waar hij op zat met zijn staf in zijn hand. Het had wel iets weg van een troon. Er liep ook een stijlvol trappetje naar zijn zitplaats.

Hij bevestigde gretig dat het een troon was. Hij meldde grootmoedig dat hij koning was.

Ik vroeg van wie of wat hij koning was. 

Hij antwoordde met een statige blik in de verte: ‘Van het kantoor. Ik ben de Kantoorkoning’.

Ik onderdrukte mijn lachen. Ik genoot namelijk met volle teugen van de wereld van deze jonge verhalenverteller en ging helemaal met hem daarin mee. Onder hem waren ondertussen 2 jongetjes een kantoor aan het bouwen, lieten zij ijverig weten.

Ik vroeg aan de Kantoorkoning: Wat doe je dan?

‘Nou’, lichtte hij toe met een smalende glimlach, ‘Ik kijk hoe alle meneren en mevrouwen aan het werk zijn’.

Hij staarde tijdens zijn uitspraak met een enorme natuurlijke power voor zich uit.

Ik kon het niet nalaten om te vragen: ‘Is dat een zware baan?’

Hij bleef met een vastberaden blik voor zich uit kijken over zijn kantorenrijk en zei zonder twijfel: ‘Nee’.

Zijn staf hield hij daarbij vanzelfsprekend in zijn hand.

Daar zat hij dan op zijn troon van gekleurde plastic blokken uitkijkend over zijn koninkrijk waar hij de scepter zwaaide, die middag.

Een leider is geboren.

 

Foto: de troon uit de serie van The games of thrones

Recent Posts

Leave a Comment

Start typing and press Enter to search